Een Weidelijk Ethos

Maand: september 2024

Overwinning voor de wolf

Only the mountain has lived long enough to listen objectively to the howl of the wolf.
– Aldo Leopold

Vandaag, op 25 september, is de wolf onder de conventie van Bern zijn status verloren van ‘streng beschermde soort’ naar ‘beschermde soort.’ FACE, de Europese federatie voor jacht en conservatie, spreekt van een drievoudige overwinning. Een overwinning voor de habitatrichtlijn en voor huidige instellingen die zich bezig houden met het wolvenbeleid, maar ook een overwinning voor de wolvenpopulatie die in tien jaar tijd met 81 procent is toegenomen in Europa dankzij een steeds beter beleid. Het klinkt paradoxaal, maar nu de wolf nog steeds beschermd is, maar niet streng beschermd, kunnen er op een duidelijker niveau afspraken worden gemaakt over werkbaar wolvenbeheer, die “de deur moeten openen” voor het werken aan co-existentie en het tegengaan van de bestaande spanningen.1 Die spanningen lopen al jarenlang hoog op waar het de ’terugkeer van de wolf’ betreft.

De wolf is van oudsher een bijzonder dier. In mythologie en volksverhalen vertegenwoordigt het dier zowel chaos en vernietiging als loyaliteit en bescherming. De wolf is vaak de antagonist en een brenger van dood en verderf. Een trickster, een verslinder, sluw en sterk. Maar de wolf is ook een trouw roedeldier, een beschermer van huis en haard. Niet gek, want de wolf is waarschijnlijk het eerste zoogdier dat gedomesticeerd is door de mens en zo van Canis lupus tot Canis familiaris transformeerde. Hij verwerd daarmee tot de trouwste metgezel van de mens.

Eind 19e eeuw werd de laatste Nederlandse wolf gedood in het Limburgse Schinveld of bij het Brabantse Helvoirt of Haaren.2 Het heeft niet lang geduurd, want de wolf is weer terug in Nederland. Het heeft lang geduurd om te bedenken of ik mijn vingers zou branden aan deze discussie, die in een ware mediastorm is verworden tot een gepolariseerd welles-nietes verhaal.

Ik zag vandaag ook dat er op de Veluwe een recordaantal wolvenwelpen is geboren en dat is als natuur- en wolvenliefhebber prachtig om te zien! Maar wie verder kijkt snapt dat het op ecologisch vlak en natuurbeheertechnisch een zorgwekkende ontwikkeling is. De discussies rond de terugkeer van de wolf doen weer veel stof opwaaien. De wolf spreekt immers tot de verbeelding en is bij uitstek een dier dat zich leent voor romantisering, zowel als vriend en als vijand. Dat brengt vaak onrealistische denkbeelden en onhaalbare ideeën met zich mee. Wolvenliefhebbers geven de Nederlandse wolven een naam en bespeuren een bepaald aaibaarheidsgehalte bij de wolf.3 Ze zien de wolf als de hersteller van balans in de natuur. Tegenstanders roepen dat de wolf hier niet thuishoort, dat alle wolven uitgezet zijn en dat de wolf pertinent afgeschoten moet worden. Allemaal meningen, echter vaak van mensen die zich niet objectief weten te verdiepen in de ecologische wetenschap of het Nederlandse natuurbeheer, maar wel een snelle mening klaar hebben om te kunnen spuien op sociale media. Termen als populatiedynamiek en de onderliggende processen zijn hen vaak vreemd.

Daarnaast is de wolf ook een mooi marketingobject dat zich leent voor wolvensafari’s en dat liefhebbers naar natuurgebieden trekt. De wolf moet dan tammer gemaakt worden zodat hij zichtbaarder wordt voor toerisme, met alle gevolgen van dien. Dat leidde onlangs tot meerdere confrontaties tussen mens en dier en de sfeer wordt steeds grimmiger. Verscheurd hobby-vee, een hond die door een wolf gegrepen is, een man die wordt aangevallen door een wolf en ook een kind dat gebeten is door een wolf. Vage berichtgeving en krachttermen schieten door de media heen en weer. Ook lees en hoor ik dat er mensen zijn die niet meer naar het buitengebied durven omdat ze bang zijn om wolven tegen te komen. Als ik dit soort dingen lees, snap ik waarom we als Nederland het EU land bij uitstek zijn dat het verst van de natuur af staat (zoals Sophie Yeo in haar boek benoemt).4

Nederland is niet, zoals zo vaak geroepen wordt, te klein voor de wolf op zichzelf. Het is echter wel te klein voor heel veel wolven en een versnipperd landschap met veel barrières voor wolven leidt onherroepelijk tot aanrijdingen en confrontaties. Voor jonge wolven die uit een roedel wegtrekken zijn er veel mogelijkheden om gemakkelijk aan voedsel te komen binnen een omheining, in plaats van in hun eentje te moeten jagen op een prooi. Wolven migreren over grote afstanden en kunnen dus ook wegtrekken uit een gebied waar er voor hen geen draagkracht is, mits ze daartoe voldoende mogelijkheden hebben.

Mijn mening is dat de wolf zeker welkom is, mits… . Het is een toppredator die opereert aan de top van de voedselketen en kan daarmee een waardevolle aanvulling zijn binnen het ecosysteem door het bejagen van grote hoefdieren en als concurrent van de vos als mesopredator. Maar dan zal de wolf net als alle andere ‘natuur’ in ons Nederlandse cultuurlandschap beheerd moeten worden en dat wordt makkelijker nu de wolf zijn streng beschermde status kwijt is.

Ecologe Evelien Jongepier van de Jagersvereniging verwoordde laatst een heldere visie op het conflictloos samenleven met de wolf en de huidige staat van instandhouding. Zij trok een parallel tussen het beheer van de bever en dat van de wolf. Ze beaamt dat het succesverhaal van beide dieren een afspiegeling is van een succesvol natuurbeschermingsbeleid. Beide dieren komen in conflict met menselijke belangen. Voor wolven worden echter geen kansrijke leefgebieden aangewezen en de staat van instandhouding voor de huidige wolvenpopulatie is niet getoetst. Jongepier roept op tot een beter beleid op basis van de Habitatrichtlijn. Haar conclusie: “Op de vraag hoe we in Nederland wolven willen beschermen lijkt niemand op dit moment een antwoord te hebben.”

Onder juist beheer valt ook het schuw houden van de wolf, het tegengaan van habituering. Dat is jammer voor fotografen en dagjesmensen die makkelijk een glimp van de wolf willen opvangen, maar beter voor de wolf zelf. Er zijn al veel mogelijkheden geopperd op het gebied van deze ‘aversieve conditionering’, zoals het beschieten van wolven met een paintballgeweer. Ook het gebruik van rubberkogels of verschrikking met vuurwerk en knalapparaten zijn bekend uit het buitenland. Het negatief conditioneren lijkt tot nu toe weinig effect te hebben, wolven zijn immers erg slim en leren snel.

Vorig jaar bezocht ik op de Hoge Veluwe de tentoonstelling die liet zien hoe veel schade de wolven die over een omheining in het park terecht waren gekomen hadden aangericht. Ze hadden de daar levende moeflons en reeën, die nu zaten opgesloten met de wolven, vrijwel gedecimeerd. Wolf werende rasters en herdershonden lijken geen oplossing te zijn, terwijl ze in Spanje en Italië wel blijken te werken.

Tentoonstelling ‘Red de moeflon’ op Nationaal Park de Hoge Veluwe. Een wolf kijkt naar de door wolven in het park gedode moeflons en reeën
(Foto door auteur).

Een land waar het wolvenmanagement effectief wordt uitgevoerd is Zweden, waar de zogenaamde ‘beschermingsjacht’ plaatsvindt, zo stelt ook Prof. Dr. Dr. h.c. Roland Norer van de rechtenfaculteit van universiteit Luzern.5 Door het selectief afschot van probleemwolven, wolven die een dreiging vormen, veel schade aanrichten onder het wild en/of agressief gedrag vertonen jegens mensen en gedomesticeerde dieren wordt de activiteit van de wolf ingeperkt. Deze aanpak door strikt selectieve bejaging lijkt op verschillende plekken, waaronder ook in Oostenrijk, effect te hebben. Waar wolven jachtdruk ondervinden (net als in Nederland bijvoorbeeld de vos) trekken ze meestal weg naar afgezonderde gebieden, verder weg van menselijke bewoning. Ze worden voorzichtiger en vermijden contact met de mens.

Nederland is natuurlijk een land met veel minder ruimte voor de wolf dan Oostenrijk of Zweden, waardoor er gekeken moet worden naar andere oplossingen. Of streng selectieve bejaging en afschot hier in Nederland de oplossing is of dat er juist een heel ander beleid moet worden gevoerd zal de toekomst uitwijzen. In ieder geval is het duidelijk dat er een eenduidig beheerplan moet komen dat stuurt op een conflictloos samenleven met de wolf, zoals dat ook bestaat voor andere wilde dieren met grote, grensoverschrijdende migratiebewegingen. Die mogelijkheid is nu weer een stap dichterbij.

Ik wil zelf overigens nooit op een wolf schieten, daar vind ik het te mooie dieren voor. Ik laat de woorden van de beroemde Amerikaanse naturalist en schrijver Aldo Leopold in ‘A sand county almanac’ voor me spreken:

We reached the old wolf in time to watch a fierce green fire dying in her eyes. I realized then, and have known ever since, that there was something new to me in those eyes – something known only to her and to the mountain. I was young then, and full of trigger-itch; I thought that because fewer wolves meant more deer, that no wolves would mean hunters’ paradise. But after seeing the green fire die, I sensed that neither the wolf nor the mountain agreed with such a view.”6

Ik ben als wolvenliefhebber en husky eigenaar misschien ook wel bevooroordeeld. Schieten op een wolf zou voelen als schieten op mijn eigen hond. Husky’s en andere honden van het oertype vertonen veel gedrag dat overeen komt met dat van wolven. Ik ben persoonlijk in ieder geval blij met de terugkeer van de wolf, maar zonder gedegen beheer is het alleen maar wachten op meer ellende voor de mens, onze gedomesticeerde dieren en het wild, maar vooral ellende voor de wolf zelf.

  1. https://www.face.eu/2024/09/a-victory-for-wolves-in-europe/ ↩︎
  2. Hierover bestaan uiteraard conflicterende historische bronnen. ↩︎
  3. Zelfs Freek Vonk riep laatst op sociale media op om te stoppen met deze vorm van antropomorfisering. ↩︎
  4. Yeo, Sophie, 2024. Nature’s Ghosts: The world we lost and how to bring it back. (Harper North). ↩︎
  5. https://www.jagdfakten.at/wolfsmanagement-bestand-der-woelfe-steuern/ ↩︎
  6. Leopold 1989. ↩︎

Troonrede

Elk jaar zit ik op Prinsjesdag ofwel voor de televisie, ofwel de radio staat aan om de troonrede live te horen. Zoals te verwachten van het huidige kabinet viel de troonrede dit jaar nogal tegen. Een groot deel van de, vooral laagopgeleide stemmers in Nederland is positief gestemd, zo meldde de NPO. Het gaat dan volgens hen vooral om de proteststemmers die hun stem vertegenwoordigd zien in het kabinet. Waar het kabinet nu al uitblinkt in wensdenken, populistische onzinpraat en onhaalbare doelstellingen verbloemde de troonrede dit tot een nogal fletse en nietszeggende lap tekst die optimisme probeert te laten klinken op punten die de kritische toehoorder echter weinig optimistisch zullen stemmen. De koning zal af en toe op zijn lip hebben moeten bijten om het verhaal op zijn minst nog geloofwaardig te laten overkomen.

De enige regel uit de hele toespraak die me wel aansprak is dat de combinatie van landbouw- en natuurlandschap Nederland “sinds jaar en dag zo mooi maakt.” Daar ben ik het dan ook roerend mee eens. De combinatie van bossen, akkers, bloemenranden, ruigtes, heggen, graften, heide en vennen maakt(e) van het Nederlands natuurhistorisch landschap een prachtige leefwereld voor allerlei insecten, weidevogels, cultuurvolgers als het ree, ganzen, vossen, dassen, hazen en alle andere wilde dieren en de jager is één van de bewuste gebruikers van dit landschap, zo getuigen bijvoorbeeld ook de prachtige werken van Rien Poortvliet. Zijn tekeningen zijn vaak een romantische ode aan de Nederlandse bossen en velden.

Jagers opereren in Nederland voornamelijk op het snijvlak tussen die bossen en velden, voeren schadebestrijding uit tussen de gewassen en zijn nauw verbonden met het platteland en de agrariërs. De jager hoort dan ook onlosmakelijk bij het Nederlandse plattelandsleven, lopend door de groenbemester of de bieten op hazenjacht, aanzittend langs een perceel mais, jagend op de duiven bij de nieuwe erwtenaanplant, wachtend op de eenden langs een afwateringsslootje of in een hutje op de kale akker wachtend op de ganzen op een kraakheldere, koude novemberochtend. Jagers zijn ogen en oren in het veld en weten dus ook wat daar speelt. En wie kritisch tussen de mooie bewoordingen in de troonrede doorkijkt, ziet de dubbelzinnigheid van de toespraak in.

Vooral de BBB lijkt zich te beroepen op de efficiëntie van het Nederlandse agrarische bedrijf en het geromantiseerde, nationalistisch getinte beeld van Nederland als boerenland en ergens natuurlijk ook terecht! Maar ze vergeten daarbij vaak te vermelden dat het merendeel van het huidige agrarisch landschap vooral een dood landschap is. Zogenaamd ’turbogras’ dat dusdanig bewerkt wordt dat het bodemleven in de diepere grondlagen uitsterft, uitgestrekte velden raaigras die een uitnodiging zijn voor gigantische aantallen ganzen die het land verslempen en begrazen, intensieve maai- en spuitwerkzaamheden die aan veel dieren het leven kosten, velden vol monoculturen die afbreuk doen aan biodiversiteit, gronduitputting, intensief grondgebruik leidend tot habitatverlies, het maaien van kruidenstroken en akkerranden, stikstofuitstoot en overbemesting. Wie met een kritisch oog kijkt, ziet dat het grootste deel van het boerenland tussen de Nederlandse industrieterreinen is verworden tot een, weliswaar groen, agrarisch industrieterrein.

Waar boeren vroeger samenwerkten met de natuur zijn ze tegenwoordig vaak  gedwongen tot het intensief benutten van elke vierkante meter van hun akker door intensieve schaalvergroting, terwijl kleine boerenbedrijven verdwijnen door regelgeving en concurrentie. De troonrede stelt: “Dit kabinet wil af van het gepolariseerde beeld dat voedselproductie en biodiversiteit in alles tegenover elkaar staan….het belang van voedselzekerheid in een onzekere wereld…” Dat Nederland vooral voedsel produceert voor wereldwijde export en niet voor eigen gebruik wordt bij deze populistische stelling gemakshalve achterwege gelaten. Ook het gegeven dat het juist de kleinschalige, natuurinclusieve landbouw en veeteelt zijn die bijdragen aan een gezond natuur- en cultuurlandschap lijkt hier te worden vermeden. Caroline van der Plas riep immers nog dat ze zou opstappen als de veestapel inkrimpt, die een duidelijk product is van de op export gerichte agro-industriële intensieve veeteelt.

Daarnaast zijn verschillende provincies bezig met de inperking van de jacht op dieren die juist schade aanrichten aan de gewassen en wordt er bij veel beheerplannen gedweild met de kraan open. Hetzelfde wensdenken dat de populisten tekent is ook zichtbaar bij de natuuractivisten die vaak op basis van aannames en idealisme gedegen natuurbeheer onderuit proberen te halen. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde, zowel de agrariërs als de natuuractivisten als de jagers. Terug naar kleinschalige landbouw en veeteelt voor voornamelijk lokale en binnenlandse productie en minder agrarische export, waarbij de boeren een eerlijke prijs krijgen voor een biologisch verantwoord product. De leus: “Iedereen moet weten, zonder boeren geen eten” krijgt dan pas echt betekenis.

Natuurinclusieve landbouw, een robuust agrarisch natuurlandschap, diervriendelijke kleinschalige veeteelt en samenwerking tussen agrariërs en natuurbeschermers voor een goede biodiversiteit is de enige klimaatbestendige en ecologisch verantwoorde manier voorwaarts. En de jager staat daar midden in. Ik durf zelfs te stellen dat de gemiddelde inwoner van Nederland hier weinig tegen in zal willen brengen. Het kabinet zou juist deze manier van de-intensieve landbouw mogelijk moeten maken zodat we inderdaad een landschap hebben dat zowel uit natuur als landbouwgrond bestaat en waarin er daadwerkelijk geen tegenstelling bestaat tussen biodiversiteit en voedselproductie, het zij op kleinere schaal. Misschien is het mijnerzijds wishful thinking, maar het hierboven geschetste verbindende beeld miste ik in de troonrede.

© 2025 Bewust Jager

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑