Mijn vorige blog over beeldetiquette wordt ineens weer actueel in de sociale media. In de Duitse jachtmedia is een filmpje rondgegaan over een jager die empathieloos met een jachthond omgaat. De precieze details doen er niet toe, wel het feit dat dit filmpje veel stof doet opwaaien over de manier waarop jagers zichzelf presenteren in de sociale media. Veel jagers vragen zich in reactie op het filmpje openlijk af wat de meeste jachtkanalen op de sociale media überhaupt nog met ‘weidelijke jacht’ te maken hebben.

Ze snijden hier een heikel punt aan, maar mijns inziens geheel terecht! De meeste ‘grote’ jachtkanalen en -pagina’s, met een groot aantal online-volgers, zijn vooral pagina’s die beheerd worden door influencers. Er ontstaat een cultuur van in scene gezette ‘jachtmomenten’ waarbij het vooral lijkt te gaan om sponsoring van wapens, kleding en uitrusting en die vaak zelfs lijkt op een vorm van zelfverheerlijking. Er zit een businessmodel achter dat niets met weidelijke jacht, of zelfs met jagen an sich, te maken heeft.

Anderzijds zijn er de pagina’s die beelden tonen zonder beeldetiquette, waarop vooral tableaufoto’s en trofeefoto’s de overhand hebben. Een tableau met tientallen dode ganzen of reeën, filmpjes van dieren die onprofessioneel getroffen worden, vaak beschoten vanaf grote afstand, filmpjes van jagers die respectloos met het wild en met honden omgaan of zelfs van jagers die vooral op het schieten van zo veel mogelijk wild gefixeerd zijn. Om nog maar te zwijgen over de jagers die van de nazit een groot drinkgelag maken. Ook zijn er beelden van mensen die op het geschoten wild zitten of die delen van het wild gebruiken om ‘grappige’ foto’s te maken. Het zijn allemaal voorbeelden waarvan ik, en velen klaarblijkelijk met mij, me afvraag: “Wat doet deze verschrikkelijke rotzooi überhaupt op de sociale media? Is dit het beeld van de jacht dat we willen uitdragen richting de niet-jagende buitenwereld?” Zoals de oosterburen het zeggen: Het is zum kotzen.

In Nederland klagen de meeste jagers intussen steen en been over het slinken van de jachtmogelijkheden, het verdwijnen van dieren van de wildlijst en de opmars van de “linkse, woke dierenbeschermers”, terwijl ze zichzelf juist distantiëren van de publieke opinie door het gebruik van jargon, grof taalgebruik, polarisatie, kortzichtige aannames en het haast recalcitrant delen van ongepaste beelden op de sociale media. In Nederland maken we onderscheid tussen de jacht enerzijds en schadebestrijding anderzijds. Vooral bij schadebestrijding lijkt in de sociale media het motto ‘kwantiteit boven kwaliteit, ofwel: hoe meer dieren we kunnen schieten, hoe beter’, te zijn. Misschien moeten we niet vingerwijzen en niet stilletjes de aftocht blazen en proberen in het buitenjacht te gaan jagen, maar juist meer focussen op weidelijk en verantwoord jagen binnen Nederland, ook bij schadebestrijding! Alleen op die manier kunnen we, als jager zijnde, de jacht geloofwaardig overbrengen aan andere jagers en ook aan de niet-jagers.

Ik blijf me dus inzetten voor een terugkeer naar meer weidelijkheid en het gebruik van jachttradities en -rituelen. Als jagers moeten we op een bewuste en verantwoorde manier jagen, gebaseerd op liefde voor de natuur en het wild. Jagen is geen pragmatisch middel, het is een diepgewortelde manier van leven. Of zoals Markus Moling stelt in zijn boek ‘Wie wir jagen wollen‘: als jagen niet weidelijk is, dan is het ook geen jagen meer.